Ahmadiyya Moslim Gemeenschap

Nederland

De komst van de beloofde Messias

 Niet overal openlijk, dat is inderdaad waar; maar in geen enkel land kan men hen ontvluchten. De verdorvenheid is een wereldlijke ziekte geworden, een kankerachtig gezwel in het huiselijke leven van deze laatste generatie, dat vernietigd, verminkt, bederf veroorzaakt en verbrijzelt. Dit kwaad is zo algemeen verspreid, dat het slechts een satanische complot kan zijn, dat de wereld in het verderf kan storten en de schone structuur van onze beschaving rondom de vertegenwoordigers van een gedesillusioneerd ras kan verbrijzelen. Wij staan heden tegenover de grootste crisis in de geschiedenis van de mens­heid. Al wat voorbij is valt in het niet bij de verbazingwek­kende toestanden van dit ontzettend uur (4). Tolsoy schrijft in zijn werk  "Wat is Godsdienst" : De mensen van onze be­schaafde wereld hebben nu ze het toppunt van wreed, dierlijk en immoreel leven veroorzaakt door goddeloosheid, hebben bereikt, thans ook hun ingewikkelde, zorgvuldige, zorgvuldig uitgewerkte, nutteloze wetenschappelijke inspanningen om het kwaad van dit leven te verbergen tot zulk een hoge graad van onnodige verwarring opgevoerd, dat de overgrote meerderheid al haar vermogen om kwaad van goed, leugen van waarheid te onder scheiden, geheel verloren heeft. "( What is Religion ? pag. 38). Aldus ging in vervulling, hetgeen Jezus Christus gezegd had: 

"Wanneer de zoon des mensen komt zal hij dan geloof op aarde aantreffen ?" (5). 

Het is onder meer de bedoeling van dit boekje om onder de Westerse volkeren de blijde konden te verspreiden, dat de beloofde Messias eindelijk ter wereld kwam terwijl daar zijn hulp zo nodig was, gezonden als de Stem van God om het menselijk geslacht terug te roepen uit het materia­lisme en de moderne barbaarsheid en zijn voetstappen op het pad van de waarheid te leiden , om hierdoor niet alleen in de volgende wereld, maar ook hier op aarde geluk te verwerven. 

Hij werd in 1835 geboren en stierf in 1908. Zijn naam was Ahmad (V.Z.G.)1). Op 40-jarige leeftijd ontving hij de gave van ware visioenen en goddelijke openbaringen. In het jaar 1891 verklaarde hij de beloofde Messias te zijn. Er zijn velen, die de verklaard hebben de Messias te zijn en dientengevolge zijn velen geneigd om hem, die werkelijk recht op die titel heeft, te verwerpen, zonder ernstige pogingen in het werk gesteld te hebben om zijn geloofsbrieven als Afgezant en Ambassadeur van God te onderzoeken. Maar diegenen, die met wijsheid begaafd zijn, zullen zich willen overtuigen betref­fende de echtheid, dan wel het tegengestelde, in zijn verkla­ring, omdat zulk een Afgezant zonder meer de rechte weg naar het eeuwige leven en zielenheil kan wijzen. Hij verklaart zelf, nadat hij een openbaring van God had ontvangen: "Ik ben het licht in dit duister tijdperk".

1)      Zijn volledige naam was Ghulam Ahmad, maar eerste gedeelte van zijn naam was algemeen onder de andere leden van zijn familie. Zijn vaders naam, bijvoorbeeld was Ghulam Murtadha, die van zijn broeder: Ghulam Qadir. Het onderscheidende gedeelte van zijn was dus Ahmad. In vele openbaringen sprak god hem aan als Ahmad. Bovendien noemt hij zich Ahmad in zijn werken. Wij raden personen, die meer over zijn leven willen weten aan om zijn korte levensbeschrijving, door Hazrat Amiral Mominiem, het tegenwoordige hoofd van de Ahmadiyya gemeenschap, te lezen. De titel luidt: "Ahmad, the Messenger of the Latter Days".

Hij, die mij volgt, zal behoed worden voor de voetangels en klemmen, welke de duivel voor hen, die in het duister dwalen, heeft gezet. Hij (GOD) heeft mij gezonden om de wereld in vrede en verdraagzaamheid tot de waarachtige God te leiden. Maar de zielen, die de waarheid niet verlangen, en zich behaaglijk voelen in hun duisternis, beschouw ik voortaan als mijn vijanden. Ik heb altijd getracht om, voor zover zulks in mijn vermogen lag, sympathiek tegenover de Mensheid te staan"(6).

Verder schrijft hij: 

"Ik ben voorts gezonden om de wereld een vaster geloof bij te brengen en het bestaan van God duidelijk te maken, want het geloof is verdord en het toekomstige leven wordt nu slechts als een fabel beschouwd; het gedrag van de mensheid doet blijken, dat al haar vertrouwen is geconcentreerd op het wereldse, het materiele en dat ze geen vertrou­wen heeft op God, noch in het bestaan van het na-wereldse leven. De mensen spreken over God en het geestelijk leven, maar hun harten zijn vervuld met liefde voor het wereldse. Jezus, trof de Joden in de zelfde toestand aan, als die, waarin thans ik de wereld vind; evenals toen de goddeloosheid de oorzaak was van een gebrek aan Godsliefde in de harten der Joden en de baan had gebroken voor hun verdorven zeden, zo heeft ook thans de wereld God niet meer lief en ben ik gezon­den om Waarheid en Geloof in eren te herstellen en om de liefde en vrees jegens God in de harten van de mensen te doen herle­ven". Sommige mensen zullen vast en zeker zeggen: "Wij zullen niet geloven, dat de Messias gekomen is, totdat wij hem uit de hemel zien nederdalen". Op gelijke wijze zeiden de Joden tegen Jezus, dat zij hem niet zouden erkennen tenzij zij Elia uit de hemel zouden zien nederdalen. Ongelukkigerwijze trachten zij niet om de gezegden van de Messias, Jezus, te begrijpen; hij had immers duidelijk verklaard: "Niemand is ter hemel verre­zen, dan hij, die uit de hemel is nedergedaald"(8). Hoe kan men, in weerwil van deze, ondubbelzinnige verklaring, veron­derstellen, dat de Messias, zoon van Maria van Bethlehem, die in Nazareth opgroeide, met zijn lichaam ten hemel steeg en dat hij terug zal komen zoals hij gegaan is (9).

Als men de Bijbel goed bestudeerd, blijkt, dat de geschiede­nissen, waarop de theorie van de Hemelvaart berust, niet betrouwbaar genoeg zijn en een onvoldoende bewijs leveren voor zulk een belangrijk dogma. Mattheus verhaalt niets over de Hemelvaart: hij verklaart slechts, dat Jezus, na uit het graf gekomen te zijn, naar Galilea ging. Markus beweert, dat Jezus een boodschap aan zijn discipelen zond dat zij hem in Galilea zouden ontmoeten; verder verklaart hij, zonder enige samenhang met het voorafgaande of bijzonder­heden van plaats, het volgende: "De Heere dan nadat hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan den rechterhand Gods".